ECLI:NL:CRVB:2026:681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-melding banktegoeden en afwijzing eerdere toekenning
Appellante ontvangt sinds 2010 bijstand en heeft vier inwonende minderjarige kinderen. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag en revorderde bijstand over de periode 1 januari 2022 tot en met 30 september 2022 vanwege niet-gemelde bijschrijvingen op haar en haar minderjarige zoon zijn bankrekeningen. Appellante erkende tijdens de procedure dat zij kon beschikken over de bankrekening van haar zoon en dat zij niet aan haar inlichtingenverplichting had voldaan.
Het college had de bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet overleggen van gevraagde bankafschriften en het niet melden van relevante inkomsten, waaronder leningen die als inkomen worden aangemerkt. Appellante voerde aan dat zij niet wist van de bankrekening van haar zoon en dat de leningen niet als inkomen moesten worden beschouwd, maar deze gronden werden verworpen op basis van vaste rechtspraak en bewijs uit bankafschriften.
Verder werd het beroep op bijzondere omstandigheden om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen afgewezen, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij zich eerder niet kon melden of dat het college haar had belemmerd. Ook het beroep op misbruik van bevoegdheid werd niet gehonoreerd wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De herziening en terugvordering van bijstand blijven in stand, evenals de afwijzing van bijstand over de periode voorafgaand aan de aanvraag. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en wijst het beroep op bijzondere omstandigheden af.