Appellanten, exploitanten van een natuurvoedingswinkel, vroegen bedrijfskapitaal aan onder het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het dagelijks bestuur verleende dit onder twee opschortende voorwaarden: het aantonen van een schuldsanering van € 12.000,- binnen zes maanden en het voldoen aan omzet- en privé-uitgavencriteria.
Appellanten voerden aan dat de termijn van zes maanden onredelijk was, mede omdat het besluit pas vijf weken na de datum van het besluit werd verzonden en zij pas later wisten dat de kosten van schuldsanering vergoed werden. De Raad oordeelde echter dat de termijn van zes maanden startte op de datum van het besluit en dat het mogelijk was binnen die termijn aan te tonen dat schuldsanering haalbaar was. Bovendien werden alternatieve schuldsaneringsbureaus genoemd die appellanten konden inschakelen.
De Raad concludeerde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat het onmogelijk was om vóór het verstrijken van de termijn een schuldsanering te realiseren. Ook de omzetvoorwaarde werd niet nader besproken omdat de schuldsaneringsvoorwaarde al als reëel werd beoordeeld en niet was nageleefd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee het besluit tot verlening van het bedrijfskapitaal onder de opschortende voorwaarden in stand bleef. Appellanten kregen geen vergoeding van het griffierecht.