ECLI:NL:CRVB:2026:729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt toekenning AAW-uitkering wegens ontbreken studietijd voorafgaande aan eerste ziektedag
Betrokkene had een AAW-uitkering toegekend gekregen door de rechtbank per 15 juni 2023, ondanks dat het UWV dit had geweigerd omdat betrokkene in het jaar voorafgaand aan de eerste ziektedag niet ten minste zes maanden studerend was. De rechtbank oordeelde dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld en dat er voldoende aanwijzingen waren dat betrokkene al eerder arbeidsongeschikt was.
Het UWV stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat het oorspronkelijke besluit uit 1986 correct was, omdat betrokkene niet voldeed aan de voorwaarden voor een AAW-uitkering. De Centrale Raad van Beroep volgde het standpunt van het UWV en oordeelde dat het onderzoek destijds zorgvuldig was uitgevoerd en dat er onvoldoende concrete medische informatie was om te concluderen dat betrokkene al vóór september 1984 arbeidsongeschikt was.
De Raad benadrukte dat betrokkene na mei 1982 niet meer als student kon worden aangemerkt, waardoor hij niet voldeed aan de studietijdvereiste. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond, waardoor betrokkene geen aanspraak kan maken op een Wajong-uitkering of AAW-uitkering per de door de rechtbank vastgestelde datum.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het UWV gegrond, waardoor betrokkene geen AAW- of Wajong-uitkering krijgt toegekend.