Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad over het hoger beroep
Het oordeel van de Raad over het beroep
Conclusies en gevolgen
.De redelijke termijn is dus met afgerond 41 maanden overschreden. Dat leidt tot een schadevergoeding van € 3.500,- (7 x € 500,-). De overschrijding van de redelijke termijn zit zowel in de bestuurlijke als in de rechterlijke fase. Voor de berekening van het bedrag van de schadevergoeding dat voor rekening komt van het zorgkantoor onderscheidenlijk de Staat wordt de methode gevolgd die is uiteengezet in het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016. Het zorgkantoor wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan appellante tot een bedrag van € 1.707,- (20/41 deel van € 3.500,-) en de Staat tot vergoeding van immateriële schade aan appellante tot een bedrag van € 1.793,- (21/41 deel van € 3.500,-).
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en met uitzondering van de bepalingen over de proceskosten en het griffierecht;
- verklaart de beroepen tegen het besluit van 30 maart 2021, het besluit van 30 maart 2021, gewijzigd op 30 september 2021 en het besluit van 30 september 2021 gegrond en vernietigt deze besluiten en bepaalt dat de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand blijven;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 1.793-;
- veroordeelt het zorgkantoor tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 2.597,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van € 233,50;
- veroordeelt het zorgkantoor in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van € 2.568,50;
- bepaalt dat het zorgkantoor aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 136,- vergoedt.