ECLI:NL:CRVB:2026:739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- L.M. Tobé
- D. Hardonk-Prins
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart voor passagier bevestigd
Appellant vroeg een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor een passagier aan, maar het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af op basis van een medisch advies van de GGD Amsterdam. Uit dit advies bleek dat appellant, hoewel hij met loophulpmiddelen niet zelfstandig meer dan 100 meter kan lopen, niet continu afhankelijk is van hulp van de bestuurder bij vervoer van deur tot deur.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit. De rechtbank oordeelde dat het college terecht een hoge lat hanteert bij de beoordeling van de voorwaarden voor een GPK voor passagiers, mede vanwege de schaarste aan parkeerplekken. De GPK is bedoeld voor personen die niet alleen gelaten kunnen worden vanwege ernstige kwetsbaarheid, wat bij appellant niet het geval is.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en het college. De Raad benadrukt dat de Regeling gehandicaptenparkeerkaart vereist dat passagiers continu afhankelijk zijn van hulp van de bestuurder, en dat appellant deze voorwaarde niet vervult. Ook acht de Raad de afwijzing niet onredelijk bezwarend, ondanks de zware situatie van appellant en zijn dochter.
Het hoger beroep wordt verworpen, het bestreden besluit blijft in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier wordt bevestigd omdat appellant niet voldoet aan de voorwaarden.