ECLI:NL:CRVB:2026:748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging en terugvordering NOW-subsidies en compensatie transitievergoeding wegens ontbreken dienstbetrekking
In deze zaak gaat het om de wijziging van subsidievaststellingen op grond van de NOW-1, NOW-2 en NOW-3 (derde tranche), de lagere vaststelling van de subsidie op grond van de NOW-3 (vierde tranche) en de daarop gebaseerde terugvorderingen. De minister stelde vast dat een medewerker niet werkzaam was op basis van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, waardoor de loonsom in de subsidievaststellingen onjuist was.
De minister wijzigde de subsidievaststellingen en vorderde onverschuldigd betaalde subsidies terug. Tevens werd de compensatie transitievergoeding herzien en teruggevorderd op grond van dezelfde overwegingen. Appellanten betwistten deze besluiten, onder meer met verwijzing naar het rechtszekerheidsbeginsel en het eigendomsrecht uit het EVRM, en stelden dat het onderzoek onrechtmatig was.
De Raad oordeelde dat de minister bevoegd was de subsidies te wijzigen en terug te vorderen, omdat de subsidievaststellingen onjuist waren en appellanten dit wisten of behoorden te weten. Het onderzoek was niet onrechtmatig en er was geen sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De Raad verwierp de bezwaren tegen de herziening van de compensatie transitievergoeding, omdat deze op dwingendrechtelijke bepalingen berustte.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en bevestigde de aangevallen uitspraken van de rechtbank Amsterdam. De terugvorderingen en wijzigingen blijven daarmee in stand, zonder aanleiding voor vergoeding van wettelijke rente of proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de subsidiewijzigingen en terugvorderingen en wijst de beroepen van appellanten af.