ECLI:NL:CRVB:2026:752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-gemeld buitenlands vermogen zonder discriminatie
Appellanten ontvingen sinds 2006 bijstand en werden geselecteerd voor nader onderzoek naar niet-gemeld vermogen in het buitenland, specifiek Turkije, op basis van een project gericht op vakantiegedrag. Na internetonderzoek en onderzoek door de Attaché Sociale Zaken in Ankara bleek dat appellanten onroerend goed in Turkije hadden dat niet was opgegeven.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode 2006-2010. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat de selectie van dossiers discriminerend was gericht op personen van Turkse herkomst, wat in strijd zou zijn met het discriminatieverbod en de onderzoeksgegevens daardoor onrechtmatig waren.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur de dossiers individueel beoordeelde en dat de selectiecriteria gebaseerd waren op objectief vakantiegedrag, niet op afkomst. Slechts 3 van de 20 nader onderzochte dossiers betroffen personen met Turkse herkomst, wat onvoldoende is voor discriminatie. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Appellanten kregen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak benadrukt de toelaatbaarheid van risicoprofielen bij onderzoek naar bijstand en het belang van het discriminatieverbod bij dergelijke onderzoeken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-gemeld buitenlands vermogen worden bevestigd zonder dat sprake is van discriminatie.