ECLI:NL:CRVB:2026:767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verblijf in buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellante verbleef van 14 december 2022 tot en met 31 januari 2023 in het buitenland en ontving over de periode van 12 tot en met 31 januari 2023 bijstand die het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft ingetrokken en teruggevorderd. De intrekking was gebaseerd op het feit dat appellante te lang in het buitenland verbleef zonder dat er zeer dringende redenen waren om bijstand te verlenen.
Appellante voerde aan dat zij vanwege een positieve covid-19 test op 15 januari 2023 en het risico op besmetting van medepassagiers niet eerder kon terugkeren naar Nederland, wat volgens haar een acute noodsituatie vormde. De Raad overwoog dat zeer dringende redenen alleen aanwezig zijn bij een schrijnende situatie die levensbedreigend is of kan leiden tot ernstig letsel, en dat een algemene ontsnappingsclausule niet is bedoeld.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij in een acute noodsituatie verkeerde en dat het uitstellen van haar terugkeer onvoldoende was om bijstand te rechtvaardigen. Ook was niet gebleken dat zij op Bonaire in een behoeftige omstandigheid verkeerde die alleen door bijstand kon worden opgeheven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de intrekking en terugvordering van de bijstand in stand blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand blijven in stand.