ECLI:NL:CRVB:2026:78

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
24/1345 PW-VER
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek om verschoning in bestuursrechtelijke zaak

In de zaak met nummer 24/1345 PW-VER heeft de Centrale Raad van Beroep op 29 januari 2026 het verzoek om verschoning van een lid van de meervoudige kamer toegewezen. De verzoekster, die betrokken is bij de behandeling van de zaak, heeft op 19 januari 2026 verzocht zich te mogen verschonen. Dit verzoek is gedaan omdat haar echtgenoot in het verleden als wethouder heeft gewerkt in de gemeente 's-Hertogenbosch, waar het college van burgemeester en wethouders partij is in de onderhavige zaak. De verzoekster wilde hiermee iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van de zaak voorkomen.

De Raad heeft in zijn overwegingen artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aangehaald, dat de mogelijkheid biedt voor rechters om zich te verschonen op basis van feiten en omstandigheden die de onpartijdigheid zouden kunnen schaden. De Raad heeft vastgesteld dat de motivering van het verzoek om verschoning gerechtvaardigd is, gezien de betrokkenheid van de echtgenoot van de verzoekster bij het Sociaal Domein van de gemeente.

De beslissing om het verzoek om verschoning toe te wijzen is genomen door de voorzitter E. Dijt en de leden S.B. Smit-Colenbrander en J.D. Streefkerk, in aanwezigheid van griffier A.H. Hagendoorn-Huls. De uitspraak is openbaar gedaan op 29 januari 2026.

Uitspraak

24/1345 PW-VER
Datum beslissing: 29 januari 2026
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
24/1345 PW-VER
Beslissing op het verzoek om verschoning gedaan door
[verzoekster] (verzoekster)
PROCESVERLOOP
De zaak 24/1345 PW wordt op 24 februari 2026 op een zitting van de Centrale Raad van Beroep behandeld. Verzoekster, lid van de meervoudige kamer die belast is met de behandeling van deze zaak, heeft op 19 januari 2026 verzocht zich te mogen verschonen.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen. In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Verzoekster heeft te kennen gegeven dat het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch partij is in bovenvermelde zaak. Omdat haar echtgenoot jaren als wethouder werkzaam is geweest in die gemeente en hij in die hoedanigheid (mede) verantwoordelijk was voor het Sociaal Domein, waarin ook deze zaak ligt, heeft verzoekster verzocht om verschoning om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van de zaak te voorkomen.
3. Gezien de motivering van het verzoek is de inwilliging daarvan gerechtvaardigd.
4. De Raad wijst het verzoek daarom toe.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om verschoning toe.
Deze beslissing is gegeven door E. Dijt als voorzitter en S.B. Smit-Colenbrander en J.D. Streefkerk als leden, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026.
De griffier De voorzitter
(getekend) A.H. Hagendoorn-Huls (getekend) E. Dijt