ECLI:NL:CRVB:2026:78
Centrale Raad van Beroep
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek om verschoning rechter wegens belangenverstrengeling
De zaak betreft een verzoek om verschoning van een lid van de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep die belast is met de behandeling van zaak 24/1345 PW. Verzoekster heeft op 19 januari 2026 verzocht zich te mogen verschonen vanwege een mogelijke schijn van vooringenomenheid.
De reden voor het verzoek is dat het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch partij is in de zaak, terwijl de echtgenoot van verzoekster jarenlang wethouder was in die gemeente en mede verantwoordelijk was voor het Sociaal Domein, het onderwerp van de zaak. Hierdoor zou de rechterlijke onpartijdigheid in het geding kunnen zijn.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:19 en Pro 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht rechters zich kunnen verschonen indien feiten en omstandigheden de onpartijdigheid kunnen schaden. Gezien de motivering acht de Raad het verzoek gerechtvaardigd en wijst het toe.
De beslissing is genomen door voorzitter E. Dijt en leden S.B. Smit-Colenbrander en J.D. Streefkerk, en uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026.
Uitkomst: Het verzoek om verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege mogelijke schijn van vooringenomenheid.