ECLI:NL:CRVB:2026:832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering terecht wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering ontvangen wegens arbeidsongeschiktheid, die het UWV per 30 oktober 2023 heeft beëindigd op grond van een nieuwe beoordeling dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellant betwistte dit en stelde dat hij meer beperkingen heeft en de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling uit een eerdere uitspraak van 8 april 2024 bindend is omdat daartegen geen hoger beroep is ingesteld. De rechtbank stelde vast dat de geselecteerde functies geschikt zijn, ondanks de taalbeperkingen van appellant, en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische gronden onterecht buiten beschouwing zijn gelaten en dat de functies niet geschikt zijn vanwege taal- en fysieke beperkingen. De Raad volgt dit niet en bevestigt dat de medische beoordeling definitief is en dat de functies passend zijn.
De Raad concludeert dat het hoger beroep faalt en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 30 oktober 2023. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering per 30 oktober 2023 wordt bevestigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de geselecteerde functies geschikt zijn.