Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1998, vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege autisme spectrum stoornis, een verstandelijke beperking en agorafobie. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij arbeidsvermogen heeft, waaronder basale werknemersvaardigheden en ten minste vier uur per dag belastbaar is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwing boden voor dit oordeel.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door haar psychische beperkingen niet vier uur per dag kan werken en intensieve begeleiding nodig heeft, en dat zij niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. Zij overhandigde een Wlz-indicatiebesluit en medische stukken ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat deze stukken geen nieuwe medische informatie bevatten die het eerdere oordeel zou wijzigen.
De Raad bevestigde dat de noodzaak van intensieve begeleiding en toezicht niet uitsluit dat sprake is van arbeidsvermogen. Uit de rapporten blijkt dat appellante met begeleiding eenvoudige taken kan uitvoeren, afspraken kan nakomen en instructies kan opvolgen. Haar eerdere werkervaring en behaalde diploma's ondersteunen dit. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de totale procedure binnen vier jaar bleef.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat appellante voldoende arbeidsvermogen heeft.