ECLI:NL:CRVB:2026:906
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding en dwangsombesluit gehandicaptenparkeerkaart
Appellant stelde het college van burgemeester en wethouders van Den Haag in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) van september 2021. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af, trok de parkeerplaats in, maar keerde dit later weer om. Appellant kreeg een dwangsom toegekend wegens overschrijding van de beslistermijn, maar het college wijzigde dit besluit later.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht een medisch onderzoek had laten verrichten en dat er geen proceskostenvergoeding hoefde te worden toegekend. Wel werd appellant een dwangsom toegekend, ondanks dat de ingebrekestelling prematuur was, vanwege het verbod op reformatio in peius. Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om aanvullende schadevergoeding af. De Raad oordeelt dat de dwangsom terecht is vastgesteld, dat de schadevergoeding passend is gelet op de samenhangende zaken, en dat het verzoek om schadevergoeding wegens onbehoorlijk bestuur onvoldoende is onderbouwd. Ook wordt geen proceskostenvergoeding toegekend aan appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het verzoek om schadevergoeding af.