ECLI:NL:CRVB:2026:954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.T.H. Zimmerman
- E.C.G. Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten opleiding tot piloot wegens niet-noodzakelijkheid voor arbeidsinschakeling
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en vroeg vergoeding van de kosten van een opleiding tot piloot, circa € 67.000, als re-integratievoorziening. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat de opleiding niet noodzakelijk werd geacht voor het vergroten van de kansen op werk. Appellant voerde aan dat hij voldeed aan de voorwaarden en dat het dagelijks bestuur hem op grond van het vertrouwensbeginsel de kosten had moeten vergoeden.
De Raad overwoog dat het dagelijks bestuur beoordelingsruimte heeft om te bepalen welke voorzieningen noodzakelijk zijn voor arbeidsinschakeling. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij uitsluitend met de pilotenopleiding kan instromen in arbeid. Ook kon appellant niet redelijkerwijs afleiden uit gedragingen van medewerkers dat vergoeding zou worden toegekend. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel.
Het hoger beroep wordt afgewezen, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 juli 2026.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor vergoeding van de kosten van de pilotenopleiding wordt bevestigd omdat deze niet noodzakelijk is voor arbeidsinschakeling.