ECLI:NL:CRVB:2026:957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens uitzicht op inkomensverbetering
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet voldaan is aan de voorwaarde dat er geen uitzicht op inkomensverbetering is. Appellante had een proefplaatsing bij een werkgever en kreeg een arbeidsovereenkomst aangeboden, die zij weigerde vanwege het lage loon.
Het college heeft een maatregel opgelegd wegens het niet accepteren van algemeen geaccepteerde arbeid, maar deze maatregel lag niet ten grondslag aan de afwijzing van de toeslag. De Raad oordeelt dat appellante geen arbeidsbelemmeringen heeft en wel degelijk uitzicht op inkomensverbetering, mede gelet op de beleidsregels van het college.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel. Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag blijft in stand. Appellanten krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om een individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd omdat appellante uitzicht heeft op inkomensverbetering.