ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7811
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning staat onherroepelijk vast; bezwaar tegen OZB-aanslag ontvankelijk maar ongegrond
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen onroerende-zaakbelastingen (OZB) 1998 vanwege een scheur in de oostmuur van zijn woning, waardoor hij een lagere waarde stelde dan de vastgestelde WOZ-waarde. De WOZ-waarde was echter onherroepelijk vastgesteld op basis van de waardepeildatum 1 januari 1992.
Het hof oordeelt dat bezwaar tegen de aanslag OZB ontvankelijk is, ook als alleen de WOZ-waarde wordt betwist. De wettelijke bepalingen schrijven echter voor dat de WOZ-waarde als maatstaf geldt en onherroepelijk is, zodat het bezwaar niet tot verlaging van de aanslag kan leiden.
Wel kan verweerder op verzoek van belanghebbende binnen acht weken na deze uitspraak een nieuwe WOZ-beschikking nemen indien sprake is van een waardedaling na de waardepeildatum. De door belanghebbende overgelegde verklaring over de waardedaling is onvoldoende om een lagere waarde aannemelijk te maken.
Het hof vernietigt de uitspraak van verweerder, verklaart het bezwaar ongegrond, en gelast vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag onroerende-zaakbelasting wordt ontvankelijk verklaard maar ongegrond omdat de WOZ-waarde onherroepelijk vaststaat.