ECLI:NL:GHAMS:2001:AD6114
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Goes
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing sanctie fiscale eenheid bij overdracht pensioenverplichting en aandelenverkoop
Belanghebbende, een besloten vennootschap, bracht haar onderneming tegen boekwaarde in bij de oprichting van een dochtervennootschap (JBV), waarbij ook een vordering in rekening-courant ontstond. Tijdens het bestaan van de fiscale eenheid werden pensioenverplichtingen heen en weer overgedragen tussen moeder en dochter. Vijf jaar later werd de dochter verkocht.
De inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op waarbij hij de sanctie van standaardvoorwaarde 16 toepaste, omdat de aandelenverkoop binnen zes jaar na oprichting plaatsvond en er sprake zou zijn van een 'ten goede komen' door aflossing van de vordering en de pensioenoverdrachten. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de goodwill als informeel kapitaal was ingebracht en dat de pensioenoverdrachten elkaar in 1994 hadden teruggedraaid.
Het hof oordeelde dat de aflossing van de vordering niet kan worden toegerekend aan goodwill of stille reserves en dat de pensioenoverdrachten, bezien in samenhang, niet leidden tot een overdracht van stille reserves. De verschillen in actuariële waardering waren te gering om de sanctie te rechtvaardigen. Daarom was de sanctie niet van toepassing en werd de aanslag verminderd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens onrechtmatige daad.
Uitkomst: De sanctie van standaardvoorwaarde 16 is niet van toepassing en de aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd tot ƒ 481.664.