ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ8881
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens schending gelijkheidsbeginsel bij CDK-spaarbiljetten
Belanghebbende kocht in de jaren 1985-1987 de blote eigendom van CDK-spaarbiljetten, waarvan de inspecteur in 1995 een navorderingsaanslag oplegde wegens niet opgegeven inkomsten uit deze spaarbiljetten.
De inspecteur stelde dat hij pas na oplegging van de primitieve aanslag in 1992 via Fiod-renseignementen kennis kreeg van het bezit van deze spaarbiljetten, waardoor sprake was van een nieuw feit voor navordering. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de inspecteur reeds eerder bekend had moeten zijn met het bezit, en dat de navordering daarom onrechtmatig was.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur niet redelijkerwijs bekend kon zijn met het bezit van de CDK-spaarbiljetten vóór 1992 en dat de navordering terecht was ingesteld. Wel stelde het Hof vast dat de navorderingsaanslag onzorgvuldig was opgelegd noch dat sprake was van ambtelijk verzuim.
Ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel onderzocht het Hof of sprake was van begunstigend beleid door de Coördinatie Groep Constructiebestrijding (CCB) of de inspecteurs. Het Hof concludeerde dat er geen landelijk of plaatselijk begunstigend beleid bestond, maar dat in de praktijk in een meerderheid van de gevallen niet was geheven. Dit leidde tot schending van het gelijkheidsbeginsel jegens belanghebbende.
Daarom vernietigde het Hof de navorderingsaanslag en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990 wordt vernietigd wegens schending van het gelijkheidsbeginsel.