ECLI:NL:HR:1999:AA2734
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1985 na beoordeling CDK-spaarbiljetten
Belanghebbende werd voor het jaar 1985 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ82.980,--, hoger dan de oorspronkelijke aanslag. Hij ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de aanslag handhaafde. Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd dat CDK bij de uitgifte van spaarbiljetten wist dat rente vrijwel direct aan een derde werd betaald, en dat het Hof de bewijslast onjuist had verdeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof het standpunt van de Inspecteur, onderbouwd met onderzoek en verklaringen, terecht als voldoende gemotiveerd had beschouwd. Het Hof had bovendien terecht geoordeeld dat belanghebbende diende te bewijzen dat in zijn geval geen sprake was van de veronderstelde rechtsverhouding en verzilvering. De stelling dat de meerderheidsregel ook gevallen buiten het bevoegdheidsgebied van de Belastingdienst omvat, werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de CDK-spaarbiljetten niet gelijkgesteld kunnen worden met andere spaarproducten van ING en Rabobank vanwege verschillen in rentebetaling en juridische structuur. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het cassatieberoep werd verworpen en de navorderingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1985 wordt gehandhaafd.