ECLI:NL:GHAMS:2005:AS2524
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- J.H. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Conversievoordeel converteerbare obligatielening valt onder deelnemingsvrijstelling
Belanghebbende, een participatiemaatschappij, had een converteerbare obligatielening verstrekt aan D B.V. met een conversierecht dat kon worden omgezet in aandelen. De inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op waarin een conversievoordeel werd belast, terwijl belanghebbende dit voordeel onder de deelnemingsvrijstelling wilde brengen.
Het geschil betrof de vraag of het conversievoordeel onder de deelnemingsvrijstelling valt. Het hof oordeelde dat het conversievoordeel economisch gezien verbonden is aan het aandelenbezit en daarom onder de deelnemingsvrijstelling valt, ondanks eerdere rechtspraak die dit anders zag. Het hof volgde de redenering uit het Falconsarrest en werknemersoptiearresten en verwierp de stelling van de inspecteur dat het conversierecht niet voor afzonderlijke verhandeling vatbaar is.
De aanslag werd vernietigd en verminderd tot nihil. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed. De uitspraak bevestigt dat conversievoordelen bij converteerbare obligatieleningen fiscaal gelijk behandeld moeten worden als voordelen uit aandelenbezit.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting is vernietigd en verminderd tot nihil omdat het conversievoordeel onder de deelnemingsvrijstelling valt.