ECLI:NL:GHAMS:2005:AS6566
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.A. Boersma
- P.F. Goes
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Beperking bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet tijdige melding betalingsonmacht
Belanghebbende, als enig bestuurder van een BV, werd aansprakelijk gesteld voor niet betaalde loon- en omzetbelasting over de periode november 2001 tot en met maart 2002. De kern van het geschil betrof de vraag of de BV tijdig had voldaan aan de meldingsplicht van betalingsonmacht zoals voorgeschreven in artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990.
De BV had begin 2001 haar betalingsachterstanden opgelost en voldaan aan haar belastingverplichtingen, maar vanaf november 2001 werden de belastingen niet meer betaald. Op 28 mei 2002 nam de zoon van belanghebbende telefonisch contact op met de ontvanger van de Belastingdienst om een betalingsregeling te treffen. Deze communicatie werd door de ontvanger als een geldige melding van betalingsonmacht beschouwd.
Het hof oordeelde dat de bewijslast voor het voldoen aan de meldingsplicht bij belanghebbende lag, die daarin niet slaagde voor de periode vóór 28 mei 2002. Hierdoor werd de aansprakelijkheid beperkt tot de belastingen vanaf 1 november 2001 tot en met maart 2002. Het bedrag waarvoor belanghebbende aansprakelijk werd gesteld, werd verminderd van € 8.627 tot € 6.337.
Daarnaast werd belanghebbende in het gelijk gesteld wat betreft de proceskosten, waarbij de ontvanger werd veroordeeld tot vergoeding van gemaakte reiskosten en griffierecht. De uitspraak werd op 17 februari 2005 door het hof gewezen en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: De aansprakelijkheid van belanghebbende wordt beperkt tot € 6.337 wegens niet tijdige melding van betalingsonmacht.