ECLI:NL:GHAMS:2005:AS7678
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt fiscale behandeling winstgarantiepolissen, Bpf-pot en voorkomingswinst Curaçao
Het Gerechtshof Amsterdam heeft uitspraak gedaan in het beroepsproces van X N.V. tegen de inspecteur inzake de vennootschapsbelasting 1995. De zaak betrof correcties op winstgarantiepolissen, de fiscale behandeling van de Bpf-pot (extra reserves gerelateerd aan bedrijfspensioenfondsen), en de voorkomingswinst van een vaste inrichting op Curaçao.
Het hof oordeelde dat de correctie van NLG 300 miljoen op winstgarantiepolissen onterecht is en dient te vervallen, mede gelet op een onvoorwaardelijke toezegging van de inspecteur en eerdere onherroepelijke uitspraken over 1994. Voor de Bpf-pot erkent het hof dat belanghebbende op basis van goed koopmansgebruik een extra voorziening mag vormen die de extra reserves van de bedrijfspensioenfondsen weerspiegelt, maar dat artikel 9a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 beperkingen oplegt, waardoor 80% van deze voorziening aan de winst moet worden toegevoegd.
Verder bevestigt het hof dat belanghebbende voor haar vaste inrichting op Curaçao de premiebreukmethode mag toepassen voor de bepaling van de voorkomingswinst, wat leidt tot een verhoging van de vrijgestelde winst. Het hof verwierp ook beroepen op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel met betrekking tot de Bpf-pot, en stelde dat de inspecteur niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld.
De uitspraak bevestigt de fiscale grenzen aan voorzieningen voor pensioenverplichtingen en de toepassing van internationale belastingregels bij vaste inrichtingen.
Uitkomst: Correctie winstgarantiepolissen vervalt, Bpf-pot voorziening wordt vastgesteld met beperkingen, en premiebreukmethode voor Curaçao wordt toegepast.