ECLI:NL:GHAMS:2005:AU4306
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- G.T.K. Meussen
- Rechtspraak.nl
Correctie fiscale winst door waardering omzetbelastingschuld op nihil na verjaring invorderingsrecht
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een omzetbelastingschuld van fl. 921.060 gepassiveerd in haar fiscale balans, voortkomend uit een naheffingsaanslag over de periode 1983-1988. Deze schuld was onbetaald gebleven en door de ontvanger oninbaar geleden. Het recht tot dwanginvordering en verrekening was volgens artikel 27 Invorderingswet Pro 1990 in 1998 verjaard.
Belanghebbende voerde aan dat de schuld daardoor niet meer bestond en niet meer tot de winst mocht worden gerekend. De inspecteur corrigeerde echter de winst over 2001 met het bedrag van deze schuld, stellende dat de schuld als zodanig niet was verjaard en dat de foutenleer toepassing vond.
Het hof overwoog dat de verjaring van het recht tot dwanginvordering niet gelijkstaat aan verjaring van de schuld zelf, die pas na twintig jaar verjaart volgens artikel 3:306 BW Pro. Omdat het vrijwel zeker was dat de schuld niet betaald zou worden, diende deze per ultimo 1998 op nihil gewaardeerd te worden. Aangezien belanghebbende dit niet had gedaan, mocht de inspecteur de fiscale winst van 2001 corrigeren op grond van de foutenleer.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de correctie van de belastbare winst bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de correctie van de belastbare winst over 2001 met de omzetbelastingschuld.