ECLI:NL:GHAMS:2006:AV7929
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.G.W. Willems-Morsink
- E.J. Schreuder
- N.A. Schimmel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs bij douanelijfsvisitatie zonder verdachtepositie
Op 6 september 2004 werd verdachte bij aankomst op Schiphol door de douane onderworpen aan een lijfsvisitatie waarbij zij zich moest ontkleden en een bol cocaïne werd ontdekt in haar vagina. De douane beriep zich op artikel 17 van Pro de Douanewet voor deze controle, maar verdachte was op dat moment nog geen verdachte in de zin van artikel 27 Wetboek Pro van Strafvordering en er waren geen bijzondere redenen voor het onderzoek vermeld.
Het hof overwoog dat de Douanewet geen strikte voorwaarden bevat zoals artikel 56 Sv Pro die gelden voor lijfsvisitatie bij verdachten. Het hof vond het onaanvaardbaar dat personen onder douanecontrole, die geen verdachte zijn, slechter worden beschermd dan verdachten bij strafrechtelijk onderzoek. Een dergelijke ruime bevoegdheid tot schouwing van het lichaam moet expliciet in de wet zijn opgenomen, wat niet het geval is.
Daarom oordeelde het hof dat de schouwing niet viel onder de bevoegdheid van de douane en dat het daarmee verkregen bewijs onrechtmatig was. Omdat de bekentenis van verdachte een vrucht was van dit onrechtmatig bewijs, was er onvoldoende bewijs voor een veroordeling. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij.
Het arrest werd gewezen door de 6e meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 maart 2006, waarbij één rechter wegens afwezigheid niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het bewijs onrechtmatig is verkregen door een douanelijfsvisitatie zonder verdachtepositie.