ECLI:NL:PHR:2007:AZ8795
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatige lijfsvisitatie bij douanecontrole op Schiphol
In deze zaak werd verdachte verdacht van het opzettelijk binnenbrengen van cocaïne via Schiphol. Bij een 100%-controle werd zij onderworpen aan een lijfsvisitatie waarbij zij zich moest ontkleden en een inwendig onderzoek van de natuurlijke holten van het onderlichaam plaatsvond. Het hof sprak verdachte vrij omdat het onderzoek niet viel onder de bevoegdheid van art. 17 Douanewet Pro.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip lijfsvisitatie in art. 17 Douanewet Pro niet strekt tot het uitwendig schouwen van de natuurlijke holten van het onderlichaam. Deze bevoegdheid is niet expliciet in de wet geregeld en vormt een ingrijpende inbreuk op het recht op lichamelijke integriteit en privacy, beschermd door art. 10 en Pro 11 Grondwet en art. 8 EVRM Pro.
Het hof oordeelde terecht dat het bewijs dat door deze onrechtmatige lijfsvisitatie is verkregen, uitgesloten moet worden. De Hoge Raad wijst erop dat de wetgever een dergelijke ruime bevoegdheid expliciet had moeten regelen. Ook de memorie van toelichting en wetsgeschiedenis bevestigen dat lijfsvisitatie primair onderzoek aan de kleding betreft.
Het arrest benadrukt het belang van wettelijke duidelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit bij inbreuken op privacy en lichamelijke integriteit. De douane moet zich houden aan de wettelijke kaders en kan niet ruimer handelen dan de wet toestaat. De vrijspraak wordt bevestigd omdat onvoldoende wettig bewijs aanwezig is.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens onrechtmatige lijfsvisitatie en bewijsuitsluiting.