ECLI:NL:GHAMS:2006:AX9102
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- G.T.K. Meussen
- Rechtspraak.nl
Geen fiscale voorziening voor gedifferentieerde WAO-premies volgens oorsprongsvereiste
Belanghebbende, een vennootschap die een fiscale eenheid vormt met dochtermaatschappijen, had in haar balans per ultimo 2001 een voorziening opgenomen voor toekomstige gedifferentieerde WAO-premies. Deze premies zijn afhankelijk van het individuele werkgeversrisico, vastgesteld op basis van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uit het verleden en toekomstige loonsommen.
Het geschil betrof de vraag of deze voorziening fiscaal toegestaan was. Het Hof oordeelde dat het oorsprongsvereiste niet was vervuld, omdat de toekomstige uitgaven mede afhankelijk zijn van toekomstige loonsommen en het aantal werknemers, die niet aan de balansdatum vaststaan. Hierdoor kunnen de uitgaven niet worden toegerekend aan de periode voorafgaand aan de balansdatum.
Belanghebbende voerde aan dat een richtlijn van de Raad voor de Jaarverslaggeving en een toezegging van de staatssecretaris het vormen van een voorziening rechtvaardigden. Het Hof verwierp deze beroepen, stellende dat de richtlijn niet bindend is voor fiscale winstbepaling en dat de situatie van belanghebbende wezenlijk verschilt van die van eigenrisicodragers, waarvoor de toezegging gold.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de inspecteur werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 2001 blijft gehandhaafd.