ECLI:NL:HR:2005:AT8943
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Voorziening voor toekomstige premies arbeidsongeschiktheidsverzekering niet toegestaan
Belanghebbende, X B.V., kreeg voor het jaar 2000 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd op een belastbaar bedrag van ƒ 1.395.711. Na bezwaar werd deze verminderd tot ƒ 987.169. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of een voorziening kon worden gevormd voor toekomstige premies voor een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Het Hof oordeelde dat niet was voldaan aan de vereiste dat toekomstige uitgaven toerekenbaar moeten zijn aan de periode voorafgaand aan de balansdatum, een voorwaarde voor het vormen van een voorziening.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevatte. Daarnaast is het oordeel, voor zover het feitelijke waarderingen betreft, in cassatie niet toetsbaar. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd.