ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ5896
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag en vergrijpboete loonheffing horecaonderneming wegens gebrekkige loonadministratie
Belanghebbende exploiteert een horecagelegenheid en is door de Belastingdienst aangeslagen voor naheffing loonbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 1998 tot en met 2001, inclusief een vergrijpboete van 25%. Dit naar aanleiding van een looncontrole door het UWV die ernstige tekortkomingen in de loonadministratie aan het licht bracht, zoals het ontbreken van loonbelastingverklaringen, identiteitsbewijzen en onjuiste opgave van dienstverbanden.
De inspecteur stelde een naheffingsaanslag vast op basis van een redelijke schatting van het niet aangegeven loon, waarbij werd uitgegaan van CAO-lonen en een bezettingsgraad vastgesteld tijdens waarnemingen ter plaatse. Belanghebbende voerde aan dat de schatting onjuist was, dat de lonen lager waren en dat de administratie in eerdere jaren wel op orde was. Tevens stelde zij dat het UWV de invordering had gestaakt en dat de inspecteur onterecht van CAO-lonen was uitgegaan.
Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet heeft voldaan aan haar administratieplicht en dat de inspecteur terecht een redelijke schatting heeft gemaakt, gebaseerd op de waarnemingen en het UWV-rapport. De door belanghebbende overgelegde verklaringen van (ex-)werknemers zijn onvoldoende om de aanslag te verlagen. De vergrijpboete wordt bevestigd, maar verminderd wegens een onjuiste berekening en overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof veroordeelt de inspecteur tevens in de proceskosten en wijst griffierecht toe.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonheffing wordt bevestigd, de vergrijpboete verminderd tot ƒ 18.452 en de inspecteur veroordeeld in proceskosten.