ECLI:NL:HR:1998:AA2283
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslag en gefacilieerde fusie in inkomstenbelasting
Belanghebbende was in 1988 aanvankelijk aangeslagen op een belastbaar inkomen van ƒ85.000, maar kreeg een navorderingsaanslag opgelegd van ƒ16.836.975, inclusief een verhoging wegens niet-tijdige aangifte. Het hof had de navorderingsaanslag verminderd en de verhoging laten vervallen omdat de inspecteur geen grove schuld kon aantonen.
De Staatssecretaris en belanghebbende stelden cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad verwierp het beroep van de Staatssecretaris omdat het hof niet onjuist had geoordeeld over het ontbreken van opzet en grove schuld.
Het middel van belanghebbende betrof de vraag of de verkoop van aandelen H B.V. de toepassing van artikel 40 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (fusiefaciliteiten) verhinderde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had aangenomen dat de fusie niet gefacilieerd was vanwege de verkoop van deze aandelen en verwees de zaak voor verdere behandeling terug naar het hof te 's-Gravenhage.
Daarnaast werd belanghebbende het griffierecht van ƒ300 vergoed en werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van ƒ5.680 voor rechtsbijstand.
Het arrest is op 17 augustus 1998 door de Hoge Raad vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.