ECLI:NL:GHAMS:2007:BA2611
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van inkomsten en aftrekposten van predikant
Belanghebbende, werkzaam als predikant binnen een kerkgenootschap, had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2000 inkomsten uit 'Giften uit Nederland' opgegeven als winst uit onderneming. De inspecteur betwistte dit en kwalificeerde de inkomsten als inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte arbeid. Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad werd de zaak aan het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling verwezen.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende aan het economische verkeer deelnam en voordeel beoogde, waardoor een bron van inkomen aanwezig was. Echter, belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat hij als ondernemer handelde, mede vanwege het ontbreken van meerdere opdrachtgevers, ondernemingsrisico's en geringe investeringen. De inkomsten werden daarom aangemerkt als inkomsten uit arbeid buiten dienstbetrekking.
Belanghebbende had kosten opgevoerd die niet aannemelijk waren gemaakt, waardoor slechts een forfaitaire aftrek werd toegestaan. Wel werd een bedrag aan betaalde hypotheekrente van ƒ 18.120 alsnog als aftrekpost aanvaard. De aanslagen werden dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslagen tot een belastbaar inkomen van ƒ 52.339 en premie-inkomen van ƒ 71.422, met toekenning van proceskosten aan belanghebbende.