ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8526
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken oplichting bij verwarrende mailing met acceptgirokaart
In het eerste kwartaal van 2000 heeft verdachte een groot aantal bedrijven en particulieren benaderd met een mailing bestaande uit een brief en een acceptgirokaart. De brief bevatte het beeldmerk van de benaderde en verwijzingen naar het Benelux Merkenbureau, wat verwarring kon scheppen vanwege de gelijkenis met de woorden 'Bureau Merken Publicatie' die verdachte gebruikte.
Het hof oordeelt dat hoewel de mailing bij oppervlakkige kennisneming misleidend kan zijn, dit niet leidt tot oplichting in de zin van artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De brief vermeldt duidelijk dat het om een offerte gaat en verwijst naar een correcte beschrijving van de dienst op de achterzijde. De benaderden kregen zo de mogelijkheid om geïnformeerd een keuze te maken.
De benaderden werden niet door leugens of andere misleiding gedwongen tot betaling, en de beloofde dienst werd daadwerkelijk geleverd. Het hof ziet geen aanwijzingen dat de benaderden onzorgvuldig of met minder controle hebben gehandeld door het vertrouwen dat het om een verlenging van een bestaande inschrijving zou gaan.
Daarom is het hof van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen en spreekt verdachte vrij van oplichting.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van oplichting wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.