ECLI:NL:GHAMS:2007:BB3356
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Commissie tot eigen beweging schriftelijke opmerkingen in fiscale mededingingszaak
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting 2002 waarin een boete die door de Europese Commissie aan een gelieerde vennootschap was opgelegd en deels aan belanghebbende was doorbelast, niet in aftrek werd toegelaten. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep gegrond, maar de inspecteur stelde hoger beroep in. Het Hof stelde vast dat de Commissie uit eigen beweging schriftelijke opmerkingen wilde indienen op grond van artikel 15, derde lid, van Verordening 1/2003.
Het Hof onderzocht of de Commissie bevoegd is deze opmerkingen te maken in een procedure die primair over nationaal belastingrecht gaat, waarbij indirect Europees mededingingsrecht een rol speelt. De overwegingen van het Hof wezen op onduidelijkheid over de reikwijdte van artikel 15, derde lid, en de mogelijke impact op het beginsel van procesgelijkheid.
Daarom besloot het Hof het geding te schorsen en stelde het een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de bevoegdheid van de Commissie om uit eigen beweging schriftelijke opmerkingen te maken in een dergelijke fiscale procedure. Het Hof hield verdere beslissingen aan totdat het HvJ EU zich hierover heeft uitgesproken.
Uitkomst: Het geding is geschorst en een prejudiciële vraag aan het HvJ EU is gesteld over de bevoegdheid van de Commissie.