ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1435
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- P. Ingelse
- M. Coeterier
- E.E. van Tuyll van Serooskerken Röell
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet zonder dringende reden geen schending concurrentiebeding
In deze civiele zaak stond het ontslag op staande voet van werknemers [X], [Y] en [Z] centraal, die werkzaam waren bij MMF Transparant. MMF Transparant had het ontslag gegeven wegens vermeende schending van het concurrentiebeding en handelen in strijd met goed werknemerschap. Het hof bevestigde dat de dringende reden voor het ontslag alleen kon worden gebaseerd op een gesprek van 31 augustus 2006 met een voormalig verbonden persoon [R], die een concurrerende onderneming wilde starten.
Het hof oordeelde dat het gesprek niet concreet genoeg was om van schending van het concurrentiebeding of onrechtmatig handelen te spreken. De overige verwijten waren te vaag en werden door de werknemers gemotiveerd betwist, zodat deze niet konden dienen als grond voor ontslag op staande voet. Het ontslag werd dan ook als onregelmatig en kennelijk onredelijk beoordeeld, met schadeplichtigheid voor MMF Transparant tot gevolg.
Het hof bevestigde de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter en wees de grieven van MMF Transparant af. Tevens werd overwogen dat het door MMF Transparant toegewezen bedrag aan de werknemers als voldoende overbrugging tot het eindvonnis in de bodemprocedure moest worden beschouwd. De kosten werden verdeeld tussen partijen conform de uitkomst van het hoger beroep.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet werd als onregelmatig en kennelijk onredelijk beoordeeld en het concurrentiebeding werd niet geschonden.