ECLI:NL:GHAMS:2007:BC2965
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- A. Bockwinkel
- M.W.E. Koopmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit bestuurder wegens ontbreken raadgevende stem
Geïntimeerde werd in 1998 benoemd tot bestuurder van Hay Group Investment Holding B.V. (HGIH) en had sinds 2001 een arbeidsovereenkomst met HGIH. Op 7 december 2003 nam de algemene vergadering van aandeelhouders buiten vergadering om het besluit om geïntimeerde met onmiddellijke ingang te ontslaan en de overige bestuurders voor negentig dagen te schorsen.
Geïntimeerde stelde dat deze besluiten in strijd waren met artikel 2:227 lid 4 BW Pro, omdat hij en de overige bestuurders niet de gelegenheid hadden gekregen een raadgevende stem uit te brengen. Het hof bevestigde dat ook bij besluiten buiten vergadering de bestuurders een raadgevende stem hebben en oordeelde dat geïntimeerde niet expliciet de kans had gekregen om zijn stem te laten horen.
Het hof oordeelde dat het ontslagbesluit niet rechtsgeldig tot stand was gekomen en vernietigbaar is op grond van artikel 2:15 BW Pro. Hierdoor waren ook de daaropvolgende besluiten tot schorsing en bevestiging van het ontslag vernietigbaar. Tevens werd het besluit tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van geïntimeerde nietig verklaard wegens strijd met statutaire quorumvereisten.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde HGIH tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van de bestuurder is vernietigd wegens het ontbreken van een raadgevende stem volgens artikel 2:227 lid 4 BW.