ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4283
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag vennootschapsbelasting ondanks geschil over uitsteltermijn
Belanghebbende, een besloten vennootschap, ontving een aanslag vennootschapsbelasting over 2000, waarop bezwaar werd gemaakt en beroep bij de rechtbank Haarlem werd ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aanslag buiten de wettelijke termijn was opgelegd, waarbij discussie bestond over de duur van het verleende uitstel voor het indienen van de aangifte. Belanghebbende stelde dat een brief van de inspecteur en de ondertekende antwoordstrook een vaststellingsovereenkomst vormden die leidde tot verlenging van de aanslagtermijn met slechts vier maanden, terwijl feitelijk negen maanden uitstel was verleend.
Het Hof oordeelde dat de brief en ondertekening weliswaar een vaststellingsovereenkomst vormden, maar dat deze het eerdere besluit tot negen maanden uitstel niet teniet deed. De termijn voor het opleggen van de aanslag werd dan ook verlengd met de duur van het verleende uitstel, niet met het feitelijk genoten uitstel. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat belanghebbende redelijkerwijs had moeten beseffen dat de brief niet exclusief was en dat de langere termijn van negen maanden uitstel van toepassing bleef.
Het Hof verwierp ook het nieuwe standpunt dat de brief als een nieuwe beschikking tot uitstelverlening moest worden gezien en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Haarlem dat de aanslag niet te laat was opgelegd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de aanslag vennootschapsbelasting 2000 niet te laat is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond.