ECLI:NL:HR:2007:BA9336
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over bekendmaking uitstel indienen aangifte inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende tegen deze uitspraak gegrond en vernietigde de aanslag. De Minister van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat de Inspecteur tijdig en rechtsgeldig aan belanghebbendes gemachtigde had meegedeeld dat uitstel was verleend voor het indienen van de aangifte. Deze mededeling werd aangemerkt als de vereiste bekendmaking volgens artikel 3:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Omdat deze bekendmaking plaatsvond binnen de aanslagtermijn van drie jaar zoals bedoeld in artikel 11, lid 3, eerste volzin, was de rechtszekerheid van belanghebbende gewaarborgd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de bekendmaking niet duidelijk kenbaar was. Daarom werd het cassatieberoep van de Minister gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd, behoudens het onderdeel over griffierecht, en het beroep van belanghebbende tegen de aanslag ongegrond verklaard.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en sprak het arrest uit op 13 juli 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting over 2000 ongegrond.