ECLI:NL:GHAMS:2007:BC7973
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Kortenhorst
- R.C.P. Haentjens
- R.E. de Winter
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling handel met voorwetenschap in effecten Landis Group
De verdachte stond terecht voor handel met voorwetenschap in effecten, waarbij hem meerdere feiten werden tenlastegelegd. Het hof oordeelde dat de verdachte niet wettig en overtuigend schuldig was aan de primair en subsidiair tenlastegelegde feiten, met name omdat de bijzondere informatie onvoldoende koersgevoelig was of als eigen voornemen gold.
Wel werd bewezen verklaard dat de verdachte, handelend voor Orange Fund N.V., op 19 en 20 juli 2001 transacties in aandelen Landis Group N.V. heeft bewerkstelligd terwijl hij beschikte over koersgevoelige, niet-openbare informatie omtrent een onderhandse emissie. Dit handelen werd strafbaar geacht onder artikel 5:56 van Pro de Wet op het financieel toezicht, dat een causaal verband tussen voorwetenschap en transacties vereist.
De strafmaat werd bepaald rekening houdend met de ernst van het feit, de integriteitsschending van de effectenmarkt, het ontbreken van persoonlijk financieel voordeel en de eerdere strafrechtelijke onbesprokenheid van de verdachte. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn werd een lagere geldboete opgelegd dan de officier van justitie had gevorderd.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij het de verdachte veroordeelde tot een geldboete van €22.500, te vervangen door 142 dagen hechtenis bij niet-betaling. De zaak illustreert de toepassing van Europese richtlijnen op het gebied van marktmisbruik en de noodzaak van een causaal verband voor strafbaarheid.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €22.500 wegens handel met voorwetenschap in aandelen Landis Group N.V.