ECLI:NL:HR:2005:AR8021
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Cassatie over handelen met voorwetenschap en koersgevoeligheid onder Wet toezicht effectenverkeer 1995
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat verdachte veroordeelde wegens het meermalen plegen van overtreding van artikel 46 van Pro de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (oud), het handelen met voorwetenschap. Verdachte had in de periode maart-april 1998 transacties verricht met effecten van [A] n.v. terwijl hij beschikte over niet-openbare, koersgevoelige informatie.
Het hof had geoordeeld dat de koers van de effecten in aanzienlijke mate was beïnvloed door een samenhang van meerdere bijzonderheden, waaronder interne onvrede binnen de Raad van Commissarissen, besprekingen over mogelijke samenwerking of overname door andere ondernemingen, en vertrouwelijke correspondentie. Verdachte maakte hierdoor voordeel uit zijn transacties.
In cassatie werd aangevoerd dat iedere bijzonderheid afzonderlijk koersgevoelig moest zijn en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de koers in aanzienlijke mate was beïnvloed. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat een samenhang van omstandigheden als één bijzonderheid kan gelden en dat het hof voldoende had gemotiveerd dat de koers significant was beïnvloed. Het cassatieberoep werd verworpen en het vonnis van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor handelen met voorwetenschap onder art. 46 Wte 1995.