ECLI:NL:PHR:2011:BL8997
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over uitlokking handel met voorwetenschap en causaal verband in marktmisbruikzaak
In deze zaak stond centraal of verzoeker zich schuldig maakte aan het opzettelijk uitlokken van transacties met voorwetenschap in strijd met artikel 46 Wte Pro 1995, later overgenomen in artikel 5:56 Wft Pro. Het hof had verzoeker veroordeeld voor uitlokking, waarbij het aannam dat sprake was van een causaal verband tussen de voorwetenschap en de verrichte transacties, ondanks dat de transacties verliesgevend waren en boven het koersniveau werden gekocht.
De verdediging voerde onder meer aan dat het hof ten onrechte niet had geoordeeld over het verweer dat verzoekers handelen als tussenpersoon rechtens toelaatbaar was op grond van artikel 46, derde lid, onder a, Wte 1995. De Hoge Raad constateerde dat het hof dit verweer niet met redenen had beoordeeld, hetgeen een schending van art. 358 lid 3 Sv Pro oplevert. Omdat dit een feitelijke beoordeling betreft, kon de Hoge Raad zelf niet inhoudelijk oordelen en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat voor een veroordeling op grond van het huidige artikel 5:56 Wft Pro een causaal verband tussen voorwetenschap en handelen vereist is, wat gunstiger is voor de verdachte dan de oude regeling. Het hof mocht het bewijsvermoeden van causaliteit toepassen en het verweer dat de transacties verliesgevend waren, onvoldoende achten om dit te weerleggen.
De Hoge Raad verwierp ook het middel dat stelde dat voorwetenschap vereist dat de verdachte wist dat de informatie niet openbaar was en koersgevoelig, en bevestigde dat dit niet vereist is. De zaak bevat belangrijke overwegingen over de uitleg van marktmisbruikwetgeving, het bewijsvermoeden omtrent causaliteit en de rol van tussenpersonen.
Ten slotte wees de Hoge Raad op overschrijding van de redelijke termijn en gaf aan dat het hof hiermee rekening moet houden bij de strafoplegging na terugwijzing.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het de veroordeling en strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.