ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9815
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.E. van Oosten–van Smaalen
- J.H. Huijzer
- R.J.Q. Klomp
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid huisarts wegens mogelijk niet ingebracht Implanon-staafje en bewijsopdracht
De vrouw vorderde tegen haar huisarts vergoeding van materiële en immateriële schade wegens vermeende tekortkoming bij het inbrengen van het anticonceptiemiddel Implanon. Zij stelde primair dat het staafje niet was ingebracht, subsidiair dat de arts niet de vereiste controles had uitgevoerd en meer subsidiair dat de arts niet had voldaan aan zijn informatieplicht.
De rechtbank vermoedde dat het staafje niet was ingebracht, maar het hof oordeelde dat dit niet zonder meer vaststaat vanwege de mogelijkheid van spontane expulsie en de geringe kans op zwangerschap bij correct gebruik. Het hof wees een ambtshalve bewijsopdracht toe om te onderzoeken of de arts de noodzakelijke controles had verricht.
Verder oordeelde het hof dat de arts aansprakelijk kan zijn voor 80% van de materiële schade, omdat de vrouw aanvankelijk geen kinderen wilde, maar het niet uitgesloten is dat zij op haar besluit zou zijn teruggekomen. De arts kreeg gelegenheid bewijs te leveren dat het staafje ongemerkt verloren is gegaan. De procedure werd aangehouden voor nadere bewijslevering en opmerkingen van partijen.
Uitkomst: Arts aansprakelijk voor 80% van de materiële schade, met ambtshalve bewijsopdracht over controles en mogelijkheid tot bewijsverlies staafje.