ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1704
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggaaf omzetbelasting bij overgang algemeenheid van goederen
Belanghebbende heeft een verzoek tot teruggaaf van omzetbelasting ingediend over het eerste kwartaal van 2005. De inspecteur verleende gedeeltelijke teruggaaf, maar verklaarde bezwaar en hoger beroep ongegrond. Het geschil betrof de vraag of de levering van voorraden onderdeel uitmaakt van de overgang van een algemeenheid van goederen zoals bedoeld in artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het Hof overweegt dat de zaken die door verschillende vennootschappen zijn verkocht dezelfde bestemming hadden binnen de onderneming van de fiscale eenheid en dat de overeenkomsten gericht waren op overdracht als een geheel. Dit betekent dat de levering van voorraden niet als een geïsoleerde transactie kan worden gezien, maar als onderdeel van de overgang van een algemeenheid van goederen waarop artikel 31 van Pro de Wet van toepassing is.
Gevolg is dat de btw die ten onrechte in rekening is gebracht niet voor aftrek in aanmerking komt en dat geen redres mogelijk is. Het beroep op beginselen van behoorlijk bestuur om alsnog aftrek te verkrijgen faalt omdat belanghebbende niet zorgvuldig is geweest. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.