ECLI:NL:RBARN:2006:AY6200
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.H. van Suilen
- M.C.G.J. van Well
- J.H.M. Delnooz-Engels
- Rechtspraak.nl
Beperking fiscale eenheid tot in Nederland gevestigde vennootschappen niet strijdig met EG-recht
Eiseres, een in Nederland gevestigde vennootschap, verzocht om een fiscale eenheid te vormen met haar dochtermaatschappij [F] N.V., die in België is gevestigd zonder vaste inrichting in Nederland. Verweerder weigerde dit op grond van artikel 15 lid 3 Wet Pro Vpb 1969, omdat de dochtermaatschappij niet in Nederland is gevestigd.
Het geschil betrof de vraag of deze weigering in strijd is met de vrijheid van vestiging (artikel 43 EG Pro) of de vrijheid van kapitaalverkeer (artikel 56 EG Pro). De rechtbank stelde vast dat artikel 43 EG Pro voorrang heeft en dat de beperking een beperking van de vrijheid van vestiging vormt.
De rechtbank overwoog dat deze beperking voortvloeit uit de verdeling van heffingsbevoegdheid tussen lidstaten en dat het Hof van Justitie in het arrest Marks & Spencer II heeft geoordeeld dat dergelijke beperkingen gerechtvaardigd kunnen zijn indien zij rechtmatige doelen dienen, zoals het voorkomen van dubbele verliesverrekening en belastingontwijking.
De rechtbank concludeerde dat de Nederlandse regeling van de fiscale eenheid, die verliesverrekening beperkt tot in Nederland gevestigde vennootschappen, niet strijdig is met artikel 43 EG Pro. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
Ten slotte wees de rechtbank op de mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie, maar achtte dit in deze fase niet opportuun.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de weigering van fiscale eenheid wordt bevestigd.