ECLI:NL:GHAMS:2008:BD3822
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- J.C.W. Rang
- C.P. Boodt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing kamer toezicht notarissen over informatieplicht na arrest Hoge Raad
In deze zaak zijn appellanten, kinderen van een overleden erflater, in hoger beroep gekomen tegen een beslissing van de kamer van toezicht over notarissen. De klacht richt zich op het handelen van de notaris in verband met de afwikkeling van de nalatenschap en de uitvoering van het arrest van de Hoge Raad van 13 januari 2006.
De feiten betreffen een complexe nalatenschapsverdeling waarbij het testament van de erflater meerdere keren werd betwist en herzien door verschillende rechterlijke instanties. Uiteindelijk werd door de Hoge Raad bevestigd dat de ouderlijke boedelverdeling rechtsgeldig was. De notaris had naar aanleiding daarvan zijn werkzaamheden als boedelnotaris beëindigd in 2001.
De appellanten stelden dat de notaris na het arrest van de Hoge Raad nog bepaalde acties had moeten ondernemen, waaronder het verzorgen van een rechtsgeldige akte van vaststelling erfdelen. De kamer had de klacht deels ontvankelijk verklaard en deels gegrond bevonden vanwege een vermeende tekortkoming in de informatieplicht van de notaris.
Het hof oordeelt dat de kamer ten onrechte de klacht heeft uitgebreid met het verwijt van niet-naleving van de informatieplicht. Het hof bevestigt dat de notaris zijn werkzaamheden had voltooid en dat geen verdere uitvoeringshandelingen noodzakelijk waren. Wel erkent het hof dat de notaris tekort is geschoten in het duidelijk informeren van de klagers over de voltooiing van zijn werkzaamheden, maar acht dit onvoldoende ernstig voor een tuchtmaatregel. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het deel van de beslissing over de informatieplicht en bevestigt dat de notaris zijn werkzaamheden had afgerond, zonder oplegging van een maatregel.