ECLI:NL:GHAMS:2008:BF6501
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag en boete na verwijzing inzake loonbelasting en gelijkheidsbeginsel
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam het beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag en boetebeschikking in loonbelasting/premie volksverzekeringen behandeld. De zaak betreft het tijdvak 1998-2000 en volgt op eerdere uitspraken waarbij de naheffingsaanslag en boete reeds waren verminderd.
Belanghebbende voerde aan dat de naheffingsaanslag verder verminderd moest worden op grond van het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar zogenoemd informeel beleid van de Belastingdienst waarbij in vergelijkbare gevallen het anoniementarief niet werd toegepast. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor het bestaan van een dergelijk beleid dat op hem van toepassing zou zijn, en dat de situaties waarin het anoniementarief niet werd toegepast niet vergelijkbaar waren met zijn casus.
Daarnaast stond de matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn ter discussie. Het Hof stelde vast dat de totale duur van de procedure ruim zes jaar bedroeg en matigde de boete met 15%, resulterend in een boete van €45.633. Tevens veroordeelde het Hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten van €644. De uitspraak bevestigt de eerdere vermindering van de naheffingsaanslag tot €261.002.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd tot €261.002, de boete gematigd tot €45.633 en de inspecteur veroordeeld tot betaling van €644 proceskosten.