ECLI:NL:GHAMS:2008:BG3764
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- G.B.C.M. van der Reep
- R.E. de Winter
- J.C.W. Rang
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheidsverzekering na schikking wegens ondeugdelijke primer
De zaak betreft een geschil tussen Devoe Coatings B.V. en haar aansprakelijkheidsverzekeraar AMEV (nu Fortis ASR). Devoe leverde sinds 1985 een shopprimer aan de Duitse scheepswerf Bremer Vulkan. In 1991 stelde Bremer Vulkan Devoe aansprakelijk wegens ondeugdelijke primer die schade veroorzaakte aan de topcoating van vijf schepen. AMEV weigerde in 1993 dekking te verlenen. Devoe sloot daarop in 1994 een schikking met Bremer Vulkan waarbij zij zonder aansprakelijkheid te erkennen een bedrag van DM 500.000 betaalde.
De rechtbank Rotterdam wees de vordering van Devoe tot vergoeding van 35% van de schikking door AMEV toe, maar het hof te ’s-Gravenhage wees die af. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam. Het hof oordeelde dat na dekkingweigering door de verzekeraar de verzekerde zelf de schadeafwikkeling mag verzorgen mits hij zorgvuldig handelt. De schikking van Devoe was redelijk en zorgvuldig, mede gelet op de onzekerheid over aansprakelijkheid en de omvang van de vordering.
Het hof stelde vast dat AMEV onvoldoende concreet hulp aanbood en dat Devoe AMEV voldoende informeerde. De technische rapporten wezen op incompatibiliteit van de primer met oplosmiddelvrije topcoatings, wat aansprakelijkheid plausibel maakte. De schikking was een redelijke afweging gezien de financiële risico's. AMEV kon zich niet beroepen op het ontbreken van aansprakelijkheid of op een betere strategie. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde AMEV in de kosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat AMEV 35% van de schikkingskosten aan Devoe moet vergoeden wegens zorgvuldige afwikkeling na dekkingweigering.