ECLI:NL:GHAMS:2008:BH3914
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inkomstenbelasting 2003 wegens onbekendheid aanslag
Belanghebbende diende bezwaar in tegen een aanslag inkomstenbelasting 2003 die door de inspecteur op 30 juni 2005 was opgelegd. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de aanslag volgens hem tijdig was verzonden en bekendgemaakt. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring.
In hoger beroep betwistte belanghebbende dat hij de aanslag tijdig had ontvangen. Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat de aanslag daadwerkelijk en tijdig was verzonden, aangezien geen post- of verzendadministratie was overgelegd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de aanslag op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt.
Het hof stelde vast dat belanghebbende pas na 30 augustus 2005, vermoedelijk op 17 september 2005, kennis kreeg van de aanslag. De bezwaartermijn vangt daarom pas aan op de dag na die datum. Omdat belanghebbende zijn bezwaar binnen deze termijn had ingediend, verklaarde het hof het bezwaar ontvankelijk, vernietigde de eerdere uitspraken en verwees de zaak terug naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing.
Uitkomst: Het bezwaar van belanghebbende is ontvankelijk verklaard en de zaak is terugverwezen naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing.