ECLI:NL:GHAMS:2009:BI1370
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- E.H. Schulten
- E.A.K.G. Ruys
- J.M.J. Denie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek schadevergoeding voorlopige hechtenis
Appellant werd bij vonnis van de rechtbank Utrecht vrijgesproken van medeplegen diefstal, maar veroordeeld voor een andere diefstal waarvoor voorlopige hechtenis was toegelaten. Appellant verzocht op grond van artikel 89 Sv Pro om vergoeding van schade door ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, maar dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen. In hoger beroep betoogde appellant dat er gronden van redelijkheid en billijkheid waren voor vergoeding, onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad en een wetsvoorstel.
Het hof overweegt dat artikel 89 Sv Pro alleen vergoeding toelaat indien de zaak is geëindigd zonder strafoplegging of met een straf voor een feit waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten. Omdat appellant voor het bewezen verklaarde feit wel straf kreeg en voorlopige hechtenis was toegelaten, is het verzoek niet ontvankelijk. Het hof volgt de vaste jurisprudentie dat meerdere feiten op de dagvaarding samen de zaak vormen, ook als er geen verband is.
Het beroep op het arrest van de Hoge Raad van 2 december 2008 faalt, omdat dit geen ander zaaksbegrip introduceert. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank voor zover deze het verzoek betrof en verklaart appellant niet-ontvankelijk. Er wordt geen vergoeding toegekend, ook niet vooruitlopend op een wetsvoorstel.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis.