ECLI:NL:HR:2008:BF5049
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling inbreukzaak wegens onregelmatige geuridentificatieproeven
De Hoge Raad behandelde een verzoek tot herziening van een veroordeling wegens meerdere diefstalfeiten gepleegd in VVV-kantoren. De aanvrager werd veroordeeld op basis van bewijs waaronder geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland.
Uit onderzoek bleek dat in de periode van september 1997 tot maart 2006 deze geurproeven onregelmatig waren uitgevoerd, waarbij de hondengeleider vooraf op de hoogte was van de volgorde van de geurdragers, wat de betrouwbaarheid van de proeven aantast. De Hoge Raad oordeelde dat zonder de resultaten van deze geurproeven onvoldoende bewijs bestond voor twee van de tenlastegelegde feiten, wat een ernstig vermoeden van vrijspraak oplevert.
Voor de overige feiten, waaronder een inbraak waarbij geen geurproef is toegepast, was er voldoende bewijs om de veroordeling te handhaven. De Hoge Raad verklaarde het herzieningsverzoek gegrond voor de eerste twee feiten en wees de rest af. De zaak werd terugverwezen naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling en beslissing over de straf.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard voor twee feiten en zaak terugverwezen naar gerechtshof voor nieuwe behandeling.