ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4297
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- A.P.M. van Rijn
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetbelastingverlaagd tarief voor exploitatie speelautomaten
Belanghebbende exploiteert diverse speelautomaten, waaronder kansspelautomaten en behendigheidsautomaten, verspreid over amusementscentra, horeca-inrichtingen en recreatieve voorzieningen. De kern van het geschil betreft de vraag of de diensten van belanghebbende onder het verlaagde btw-tarief vallen, specifiek onder post b14, onderdeel g, van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, stellende dat het gelegenheid geven tot spelen op speelautomaten niet gelijkgesteld kan worden met het verlenen van toegang tot een attractiepark of vergelijkbare voorziening. Het Hof bevestigt deze uitspraak en overweegt dat de vergoeding voor het spelen op een speelautomaat wezenlijk verschilt van een toegangsprijs tot een attractiepark. Ook het spelen op automaten in horecagelegenheden, recreatieparken of amusementscentra valt niet onder het verlenen van toegang in de zin van de wet.
Het Hof benadrukt dat de maatschappelijke opvatting niet toelaat dat horeca-exploitanten of speelautomatenexploitanten worden gezien als verleners van toegang tot een voorziening als bedoeld in de tabelpost. De procedurekostenvergoeding wordt toegekend aan belanghebbende vanwege de proefprocedure. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.