Conclusie
1.Overzicht
Inleiding
2.Het verlaagde tarief voor culturele prestaties
Het verlaagde btw-tarief voor culturele prestaties in de Btw-richtlijn
De bijlage sluit derhalve geen enkele culturele prestatie uit van de toepassing van het verlaagde btw-tarief. Mede in verband hiermee heb ik besloten evenmin restrictief te zijn, en voor te stellen in Nederland in dezen dezelfde reikwijdte te geven aan de toepassing van het verlaagde tarief.In verband hiermee is in de wettekst expliciet aangegeven dat onder muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen ook zijn begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets. Om te voorkomen dat musea ter zake met extra administratieve lasten worden geconfronteerd stel ik voor het verlaagde tarief – naast het verlenen van toegang – tevens van toepassing te doen zijn op de levering van catalogi, foto’s en fotokopieën¨. Hierbij zij opgemerkt dat de tariefverlaging alleen ziet op prestaties door musea die thans in beginsel belast zijn en onder het algemene btw-tarief vallen: de zogenoemde wisseltentoonstellingen en -verzamelingen.
De maatregel is op grond van de tariefbepalingen van de zogenoemde Zesde BTW-richtlijn toegestaan. Op grond van bijlage H bij die richtlijn, die limitatief opsomt op welke goederen en diensten de lidstaten het verlaagde BTW-tarief kunnen toepassen, is de toepassing van het verlaagde BTW-tarief toegestaan op het verlenen van toegang tot shows, schouwburgen, circussen, kermissen, amusementsparken, concerten, musea, dierentuinen, bioscopen, tentoonstellingen en soortgelijke culturele evenementen en voorzieningen.”
Daaraan kan nog worden toegevoegd dat attractieparken bijna de enige categorie zijn op het terrein van vrijetijdsbesteding en toeristische prestaties, waarop in Nederland tot op heden níet het verlaagde BTW-tarief wordt toegepast.Het verlaagde BTW-tarief is al van toepassing op onder meer het verlenen van toegang tot musea, sportwedstrijden, bioscopen, circussen, dierentuinen en kermissen alsmede op het kampeer- en vakantiebestedingsbedrijf en hotelovernachtingen. Voor podiumkunsten zal het verlaagde BTW-tarief met ingang van 1 september 1998 van toepassing zijn.
Rechtspraak Hof van Justitie over de uitleg van begrippen in Bijlage III Btw-richtlijn
Commissie/Spanje [10] .In dat arrest overweegt het Hof van Justitie voorts dat de toepassing van een of twee verlaagde tarieven een uitzondering vormt op het beginsel dat op leveringen en diensten het normale tarief van toepassing is en dat uitzonderingen strikt moeten worden uitgelegd. Dat brengt volgens het Hof van Justitie met zich dat het niet gedefinieerde begrip volgens de gebruikelijke betekenis van de woorden moet worden uitgelegd. Ik citeer:
Commissie/Spanje [11] heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat Bijlage III van de Btw-richtlijn is bedoeld om bepaalde, bijzonder noodzakelijk geachte goederen en diensten goedkoper te maken, en dus toegankelijker voor de eindconsument die de btw uiteindelijk draagt, door het mogelijk te maken deze goederen en diensten aan een verlaagd tarief te onderwerpen. Het Hof van Justitie overweegt:
Segler-Vereinigung Cuxhaven eV [12] heeft het Hof van Justitie met betrekking tot de doelstelling herhaald dat de Uniewetgever met de vaststelling van Bijlage III bij de Btw-richtlijn de mogelijkheid in het leven heeft geroepen om een verlaagd btw-tarief toe te passen op essentiële goederen en goederen en diensten die overeenstemmen met sociale of culturele doelstellingen, voor zover zij geen of weinig risico vormen voor verstoring van de mededinging. Ik citeer:
Commissie/Duitsland [13] :
Commissie/Frankrijk [14] :
Commissie/Luxemburg [15] en
Commissie/Frankrijk [16] . In die zaken was aan de orde of het een lidstaat is toegestaan een verlaagd tarief toe te passen op de levering van digitale of elektronische boeken waar punt 6 van Bijlage III, voor zover van belang, enkel noemde “de levering van boeken, op alle fysieke dragers”. Het Hof van Justitie leidt uit de bewoordingen van de richtlijnbepaling, de context en het doel van de regeling waarvan deze bepaling deel uitmaakt af dat de levering van elektronische boeken niet binnen de werkingssfeer van punt 6 van Bijlage III valt. Het Hof van Justitie overweegt in het genoemde arrest
Commissie/Luxemburg: [17]
Erotic Center [19] heeft het Hof van Justitie zich uitgelaten over de betekenis van het begrip ‘verlenen van toegang tot’ als bedoeld in (de voorloper van) punt 7 van Bijlage III. In de zaak die tot dat arrest heeft geleid was de vraag aan de orde of de terbeschikkingstelling van een filmcabine, waar plaats is voor slechts één persoon, kan worden aangemerkt als het verlenen van toegang tot bioscopen als bedoeld in punt 7. Volgens het Hof van Justitie vindt de uitleg van het begrip ‘verlenen van toegang tot bioscopen’ plaats tegen de achtergrond van de context waarin het in de richtlijn wordt gebruikt. Ik citeer:
Commissie/Spanje, C‑83/99, Jurispr. blz. I‑445, punt 17).”
dat ze voor het publiek toegankelijk zijn tegen voorafgaande betaling van een toegangsrecht, zodat al wie dit toegangsrecht betaalt, het recht krijgt gezamenlijk gebruik te maken van de voor deze evenementen of voorzieningen kenmerkende culturele diensten en ontspanning.”
gezamenlijkgebruik te maken van de voor de in punt 7 van Bijlage III genoemde evenementen of voorzieningen kenmerkende culturele diensten en ontspanning.
locatie. Dat kan een gebouw zijn, maar bijvoorbeeld ook een afsluitbare zaal of ruimte in een gebouw of een afgebakend terrein. Tot die slotsom kom ik in de eerste plaats op basis van een taalkundige uitleg van het begrip ‘toegang verlenen tot’. Ik verwijs naar andere taalversies van punt 7 van Bijlage III waarin vergelijkbare termen worden gebruikt: “admission to” (eng), “Eintrittsberechtigung für” (de), “le droit d’admission” (fr), “diritto d'ingresso a” (it) en “Derecho de acceso a” (es). In de Oxford Dictionary [23] wordt het begrip ‘admission’ onder meer gedefinieerd als: “The process or fact of entering or being allowed to enter a place or organization.” De Van Dale (toegang), de Duden (Eintreten) en de Dictionaire de l’Académie française (admettre) geven vergelijkbare omschrijvingen. [24]
Erotic Centerwaar het Hof van Justitie onder meer overweegt dat de “genoemde evenementen en voorzieningen met name als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat ze voor het publiek toegankelijk zijn tegen voorafgaande betaling van een toegangsrecht (…).”
Srf konsulterna AB [25] .Het gaat in dat arrest om de reikwijdte van dat begrip in artikel 53 Btw Pro-richtlijn (de plaats-van-dienstbepaling voor het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen en met de toegangsverlening samenhangende diensten) [26] . Dat arrest brengt mij niet tot andere inzichten. Die zaak gaat over een vijfdaagse cursus accountancy die plaatsvindt in lidstaten buiten Zweden. Voor deelname aan de cursus is een voorafgaande registratie en betaling vereist. [27] De Zweedse commissie voor fiscale vraagstukken had zich op het standpunt gesteld dat de desbetreffende opleidingen weliswaar in andere lidstaten dan Zweden worden gegeven, maar niettemin moeten worden geacht in Zweden plaats te vinden, zodat Zweedse btw is verschuldigd. Het begrip ‘toegang tot evenementen’ moest volgens deze commissie worden opgevat als het recht om een bepaalde plaats te betreden. Omdat de opleidingsdiensten niet hoofdzakelijk bestaan in het recht om een bepaalde plaats te betreden, maar veeleer in het recht om aan een specifieke opleiding deel te nemen, is de plaatsbepalingsregel van artikel 53 Btw Pro-richtlijn niet van toepassing, aldus nog steeds die commissie. Het Hof van Justitie acht dat standpunt onjuist: