ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4428
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslagen wegens onttrekking vermogen en omkering bewijslast
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap, heeft omvangrijke bedragen aan het vermogen van zijn vennootschap onttrokken zonder deze als inkomen aan te geven. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op voor de jaren 1996, 1997 en 1998, waarbij de bewijslast werd omgekeerd wegens het niet doen van vereiste aangiften.
In het hoger beroep betwistte belanghebbende de kwalificatie van de bedragen als uitdeling en voerde hij aan dat de bewijslast onterecht was omgekeerd, mede omdat fouten aan zijn administrateur te wijten zouden zijn. Het hof oordeelde dat de bewijslast terecht was omgekeerd en dat de inspecteur een redelijke schatting had gemaakt van het belastbare inkomen. Diverse getuigenverklaringen en administratieve stukken ondersteunden het oordeel dat de facturen vals waren en dat privé-uitgaven van belanghebbende via de vennootschap waren gedaan.
Het hof verwierp de stellingen van belanghebbende dat de facturen wel rechtmatig waren en dat betalingen contant waren gedaan. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en onrechtmatig verkregen bewijs werd verworpen. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank Haarlem en wees het hoger beroep af, waarbij de aanslagen en de berekende belastbare inkomens werden gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de belastingaanslagen worden bevestigd.